Salatin in Nederland.

Afgelopen vrijdag was in het wetenschappelijke hol van de Hollandse agrarische leeuw de laatste bijeenkomst van ‘It’s the Food My Friend’. Deze avond uit een jaarlijkse serie van zes was een speciale: held van foodguru Michael Pollan en superboer volgens velen, Joel Salatin was keynote speaker. Reden voor mij om de de agrotempel in het oosten weer eens te bezoeken.

 

Polyface Farm USA

Polyface Farm USA

Joel Salatin is de man van de Polyface Farms in Virginia USA waar hij op een combinatie van gras- en bosland in hoofdzaak dierlijk eiwit produceert. Hij doet dat met de grootst mogelijke voorzichtigheid voor zijn bodem. Die bodem is in de visie van Salatin de Moeder Aller Boeren. ‘Treat her well’. De presentatie van 50 minuten die volgden waren gelardeerd met veel cabaret (de bodem zit vol Bassies en Adriaans en USDA werd ‘USduh’ om maar een paar voorbeelden te noemen), clownesk gedrag en mooie plaatjes van koeien, varkens en kippen op zijn farm. De 700 man in de zaal applaudisseerden zich kramp in de ellebogen. Mij bekroop naarmate de presentatie vorderde steeds meer het gevoel getuige te zijn van een originele ‘television priest’ alla Michael Manning. Gelovigen die ‘Halleluja’ schreeuwen op open deuren en criticasters die óf zwegen óf heel voorzichtig manoeuvreerden. Professor Imke de Boer, hoogleraar Dierlijke Productiesystemen aan de Wageningen Universiteit, had het twijfelachtige genoegen om kritische kanttekeningen te plaatsen bij Salatin’s speech. Onbegonnen werk.

Inhoud dan? Salatin laat zich niet in de kaarten kijken en blijft volharden in holle frasen als antwoord op getalsmatige vragen.

Q: “Does your farm produce affordable food?
JS: “People spend their money on useless things”.
Dat is als vragen aan automerk Mercedes of de auto inderdaad de beloofde 230 kilometer per uur haalt, en als antwoord krijgen: “U moet niet zo hard willen rijden”. TV priest at work. Hij is gladder dan een aal.

Shangri La? Cyclisch tot in de eeuwigheid zonder kunstmest of andere aanvoer van nutriënten? Salatin gaf heel kort blijk van externe input. Op de vraag uit de zaal aan Professor Imke de Boer aangaande gezondheid (de vraag bleek te gaan om menselijke gezondheid, haar eerste antwoord ging uit van dierlijke gezondheid), antwoordde Salatin aan Professor de Boer dat zijn varkens wel degelijk extra voedsel krijgen. Als dat de enige externe input is, dan is de input beperkt. Maar hoeveel? Waarom zijn er geen heldere rapportjes over de resultaten van zijn Polyface farm? Gewoon de input, de output en het areaal benodigd? Het gebrek aan heldere cijfers en antwoorden en de groteske antwoorden zoals die hierboven maken hem ook voor mij veel meer priester dan boer. Veel van zijn denkgangen zijn goed en leuk, en tevens enorme open deuren. Paradigma shifts rond economie, arbeid voor allen en de roep om revolutie. Right.
Als oplossingsrichting doet hij ontegenzeggelijk leuke dingen. Bijvoorbeeld dat boeren weer eens (niet gehinderd door regels) hun boerenslimheid moeten etaleren. Zijn cyclus koe-kip-varken. En meer. Maar ook zijn systeem is niet het agrarische Shangri La. Het is een leuke richting, met dezelfde lekken als elk ander systeem.
Wat het meest blijft hangen bij mij zijn twee dingen: hoe de zaal onder het gepreek uiteenviel in ‘believers’ en critici (we willen blijkbaar graag geloven, zelfs in de kerk van de wetenschap); en zijn statement dat 95% van de opbouw van een plant wordt veroorzaakt door fotosynthese onder invloed van zonlicht. Ik neem aan dat het bij Salatin gaat om gras, zijn persoonlijke Messias. Maar hoe zit dat met fosfaat en kali? Stilte…
De man is bijzonder charismatisch en dat inspireert velen. Als dat het resultaat wordt van zijn inspanning (tot aan zijn gewenste 10% tipping point) dan moet hij vooral verder gaan op deze leest. Maar ik ben bang voor nieuwe verzuiling. Een nieuw dogma met religieuze volgers. Hopelijk ben ik te cynisch.

Post to Twitter

Lokale problematiek

Oorspronkelijk geplaatst in KoffieTcacao Magazine
time-local-food-k-001
We hebben als mens de neiging om eenvoudige antwoorden te zoeken op complexe problemen. Dus in deze tijden van vleesschandalen, obesitas door verkeerde voeding, dodelijke zalm uit het Griekse Harderwijk en EHEC van de biologische akkers grijpen we terug naar vroeger: koop lokale waar van boeren. Echt voedsel van mensen wiens naam je kent. Streekproducten! Geen import van pangasius uit Vietnam of rundvlees uit Zuid Amerika! Dat kan niet goed zijn.

Wanneer deze denkwijze rigide zou worden toegepast, kan KoffieTcacao Magazine ophouden. Geen thee meer, koffie alleen op vakantie in Ethiopië en cacao kunnen we ook vergeten. Net als ananas, kokos, breedbeeldtelevisies en diesel overigens. Dus rijst de vraag: welk probleem zouden we oplossen wanneer we echt lokaal gaan kopen? En hoe groot mag dat ‘lokale’ gebied dan zijn?
Vraag aan iemand uit San Francisco wat ‘local’ voor hem inhoudt, en hij wijst een gebied van ruwweg 3000 bij 1000 kilometer aan. De meeste Nederlanders voelen hun eigen lokaliteit tot het volgende dorp. Is lokaal hiermee een emotioneel bepaald begrip? Het heeft zeker iets te maken met de menselijke maat. Die zijn we in de afgelopen decennia die zich kenmerken door globalisering een beetje kwijtgeraakt. Van de weeromstuit is er een tegenbeweging. In voedsel vinden we die in ‘Slow food’, lokaal, urban farming en grow your own. We voelen als vanzelf dat het goed is om dingen vers en van dichtbij te kopen, zonder ons de vraag te stellen of die aanname juist is.
Één van de mooie initiatieven in de lokale verstrend is Willem & Drees, vier jaar geleden gestart door twee marketeers die zich ten doel stellen om verse groente en fruit uit de directe omgeving aan te bieden via de bestaande kanalen (supermarkten, cateraars). Maximaal 30 kilometer mag de afstand zijn. Gaandeweg komen ze erachter dat logistiek een complex begrip is, dat in Nederland tot in detail is uitgewerkt. Dus kan deze prei – die is geteeld binnen 30 kilometer van uw bord – zomaar 250 kilometer hebben afgelegd om daar te komen. En het gekke is: dat is daadwerkelijk de meest duurzame manier om dat te organiseren. Het gaat namelijk niet om de kilometers per sé. Het gaat om de hoeveelheid diesel per gewichtseenheid. Dus Willem & Drees leveren uw lokale prei op de meest duurzame manier mogelijk, maar zullen grote moeite hebben om dat uit te leggen aan de hardcore slow foodies. Daar wringt een schoen. Is die eenvoudige oplossing dan toch niet het antwoord op de problemen die we denken het hoofd te bieden?
Iets vergelijkbaars geldt voor rundvlees uit Zuid Amerika. Vooropgesteld dat de dieren daar op de juiste (grasgevoerde) wijze worden gemest en niet te oud worden geslacht, kan geen enkel rund van eigen (of Ierse) bodem tippen aan de duurzaamheid van de Gaucho steak. Gek? Nee dat niet. Wel ingewikkelde materie die niet in een ‘oneliner’ past.
Natuurlijk zijn er ook voorbeelden aan de andere kant van dezelfde medaille. Over die heilbot die aan land komt in Breskens, om uiteindelijk door een restaurant op een steenworp van Breskens te worden geserveerd. De kok heeft de vis alleen gekocht op een markt, in Parijs……

Je kunt bijvoorbeeld over een verse framboos niet hetzelfde zeggen als over vlees. Of een gerijpte kaas. Of een breedbeeldtelevisie. Elk product heeft een eigen ‘cirkel’ waarbinnen logistiek en houdbaarheid optimaal zijn. Die cirkel is niet altijd gevoelsmatig logisch. Streekproducten zijn geen oplossing voor een duurzaam probleem. Streekproducten helpen om ons opnieuw aan ons voedsel te verbinden. Om de anonimiteit weg te breken en ons de waarde van voedsel weer te laten inzien. Dat is zeer sociaal wenselijk en vanuit die optiek misschien zelfs noodzakelijk. Maar niet omdat het duurzamer is. Daarvoor is ook ‘lokaal’ een te simpel antwoord op een te complex probleem.

Post to Twitter

Branding 4 dummies

Food & Nutrition

Onderscheidend vermogen. Toverwoorden die de ingang van de zakelijke boerenhemel markeren. Gewoon een kwestie van een USP (uniqueselling point) vinden, je oude product in nieuwe zakken stoppen – dat noemen ze dan ‘branden’ – en de markt ligt aan je voeten. Velen zoeken het, weinigen vinden het. Zoeken ze wel op de juiste plaats?

Branding en marketing, wat moet je ermee? Wat doen die gasten van dat hippe marketing- reclamebureau nou eigenlijk wat je buurmeisje met tekentalent niet kan? Het gaat toch gewoon om de smaak? Om het product zelf! Nietwaar? Zo’n logootje kost duizenden euro’s, die je ook aan een tractorkunt uitgeven. Of een verpakkingslijn. Of iets anders concreets en zinvols.

Niet iedere producent volgt deze gedachtelijn, maar de meesten kiezen voor ‘harde’ assets, zoals productiemiddelen en niet voor de ‘zachte’ waarde van de marketeers.Die ‘greenwashers die lucht duur verkopen’ blijken voor vele boeren een moeilijk te nemen horde. Die reageren alsof ze met de vijand in zee moeten. Terecht of niet? Laten we eens dieper graven.

Waarom kopen we dure Pampers en geen goedkope Kruidvat-luiers voor ons (eerste) kind? Omdat Pampers beter zijn? Omdat het papier 22 in plaats van 21 keer is gevouwen? Natuurlijk niet. We kopen Pampers omdat we dan betere ouders zijn! Goed ouderschap is onbetaalbaar. En Pampers bevestigt deze onderbuikse gedachte overal waar het maar lukt. Bij aankoop van een pak ‘goed moederschap’, geven ze twee kwartjes aan een zielige moeder in donker Afrika. Slim niet?

Om het anders te zeggen: de emotionele lading van een merk is veel bepalender voor succes dan de technische specificaties van het onderliggende product. Denk bijvoorbeeld aan Nike en de 200 euro voor een paar sneakers die 20 euro zouden kunnen kosten.Of Levi’s.Of Coca Cola.

Dat kan ook gelden voor varkensvlees, eieren, aardappels en sla, mits deze worden voorzien van emotionele waarde waar de consument gevoelig voor is. Hier en daar zie je voorzichtige eerste stapjes (Tasty Tom, Rondeel) die allemaal leergeld betalen. ‘Tasty’ is bijvoorbeeld een generieke term, net als ‘mals’ voor vlees of ‘lekker’ op menu’s. Het heeft geen waarde omdat niemand iets anders claimt. Ooit ‘Smerig, taai vlees op een bedje van…’ op een menu gelezen?

Aan iedere producent die overweegt om verderop in de keten te kijken: overweeg alle mogelijkheden. Echt onderscheidend vermogen (malser vlees, lekkerder eieren, gezondere tomaten) is niet eenvoudig. Enhet blijkt vaak veel duurder om te produceren dan de bestaande producten. Dus: laat ook eens kritisch kijken naar de bestaande producten. Branding en marketing zijn geen vieze woorden. Het is gewoon toegepaste kennis van alledaags menselijk gedrag. Kennis die een grote meerwaarde kan hebben voor u en uw product.

Post to Twitter