Doe Maar Lekker Niet!

 

Voor het vierde jaar op rij komt de Nationale Postcodeloterij in samenwerking met Albert Heijn en Unilever met de campagne ‘Doe maar lekker duurzaam!’ Nog los van het feit dat je gillend gek wordt van de TV-commercial waarin goooeeeeedemorgen! Gaston 391 keer ‘duurzaam’ roept, begint het gebruik van de term duurzaam wel erg te schuren met de oorsprong ervan.

Hoe zat het ook al weer?
In 1987 kwam het rapport ‘Our Common Future’ van de Verenigde Naties uit onder leiding van de toenmalige premier van Noorwegen, Gro Harlem Brundtland. Onder de naam van deze vrouw werd het rapport bekend. De belangrijkste zin daaruit is: “Duurzame ontwikkeling is de ontwikkeling die tegemoetkomt aan de noden van het heden, zonder de mogelijkheden van toekomstige generaties om in hun behoeften te voorzien in het gedrang te brengen”. Het geldt als de basis van duurzaamheid in zijn moderne context. Wanneer je eens goed op die zin kauwt, kun je je afvragen of thema’s als ‘diervriendelijkheid’ of zelfs ‘humane gezondheid’ wel thuishoren in het begrip, maar het lijkt erop dat we daar – onder druk van de NGO’s – een soort maatschappelijke consensus over hebben bereikt.

De vertaling naar het heden.
Maar dan de campagne ‘Doe maar lekker duurzaam’. De Magnum mini almond helpt – zo blijkt nu – in het zekerstellen van de keuzes van toekomstige generaties. Je kunt ze kopen met je ‘Doe maar lekker duurzaam’ cadeaukaart die je als lid van de Postcodeloterij hebt ontvangen. Dat komt omdat het kleine beetje cacao van de melkchocolade die in de Magnum zit verwerkt, het keurmerk Rainforest Alliance draagt. Te gek!
Ook Unox soep Stevige champignons geeft de kinderen van uw kinderen toegang tot dezelfde omstandigheden die u en ik op dit moment genieten. Dat komt dan weer omdat Unilever zijn eigen keurmerk ‘Unilever duurzame landbouw’ heeft ingericht. Wauw.
Albert Heijn staat bol van de ‘Doe maar Lekker Duurzaam’ bordjes. Appie kipknakworst, eigen merk hazelnootpasta, Lipton forest fruit tea, allemaal keuzes die ervoor zorgen dat de wereld zal blijven zoals die is. Waar maken we ons druk om?
Op de website doemaarlekkerduurzaam.postcodeloterij.nl wordt het nog wat grappiger. De duurzaam gekweekte zalm komt weer langs. De zalm is een carnivore vis waarbij een 1:5 eiwitomzetting normaal is. Dat betekent dus 5 kilo ‘bijvangst’ maakt 1 kilo ‘duurzame zalm’. Misschien kunnen we veel beter duurzame herbivore vis eten? Of anders die bijvangst verwerken tot Unox vissticks? Zalm zal in elk geval nooit duurzaam worden.

Ik snap best dat het allemaal niet in één keer kan. Dat we de veranderingen stapje-voor-stapje moeten nemen. Maar het lukt me niet om een enkel stapje vooruit in een Magnum-schransend obees kind met Rainforest Alliance label te zien. Met de beste wil van de wereld niet. En al helemaal niet wanneer de slager zijn eigen vlees keurt, zoals dat bij Unilever’s Duurzame Landbouw het geval is. Ik heb niets tegen het Unilever Sustainable Living Plan van Paul Polman. Integendeel. Maar het afgelopen jaar liet ook zien dat de plannen vrij rap worden aangepast wanneer de aandeelhouders dat eisen. Het draait uiteindelijk toch gewoon om dividend en niet om duurzaamheid. Als de bordjes zo snel verhangen worden maak je je red-de-wereld-verhaal niet erg geloofwaardig.

Dus, beste Postcodeloterij, kunnen jullie het vaderlandse gokgeld vanaf 2018 beter inzetten? Van deze keurmerkendans wordt niemand gelukkig. Dank u.

Post to Twitter

Markthal Rotterdam. Grootschalig kneuteren.

Markten. Ze zijn er sinds mensenheugenis. Of beter gezegd, sinds de mens is begonnen met landbouw. Tot die tijd verbouwden we ieder voor zich wat groente, erna werd ruilhandel en specialisatie de manier van doen. De markt is daarmee de langst lopende vorm van boerenhandel. En springlevend. Ook in 2014 zien veel starters met niche producten de markt als een ideale manier om hun waren te slijten. In het hele land schieten foodmarktjes als paddenstoelen uit de grond. Is de markt een volwaardig alternatief voor de supermarkt? Moet men zich in Veghel en Zaandam zorgen maken?

markthal-rotterdam-impressi20

Hoewel de culinaire foodmarkten in een behoefte voorzien is het simpele antwoord: nee. Markten zijn persoonlijk, dus arbeidsintensief en alleen geschikt tot een bepaald volume. Wil je voorbij aan dat volume, dan lopen de kosten te ver op en is de impact te klein. In vroeger tijden was er geen alternatief. Je moest elke week naar de vischmarkt, de groentemarkt, de kaasmarkt en de vleeschmarkt. Tegenwoordig doen we al onze boodschappen in één keer met het grootste gemak in de supermarkt en gaan we alleen nog naar gespecialiseerde winkels en markten als we daar een bijzondere reden voor hebben. Die echt geweldige kaaskraam op de dinsdagmarkt of de lamsgehakt van de Islamitische slagerij bijvoorbeeld. Of omdat het een leuk weekenduitje is. Maar dagelijks? Nee, dat doet vrijwel niemand meer. Er zijn natuurlijk verschillende typen markten. Zo is er de één-keer-per-maand-op-zondag foodiemarkt; de markt-met-kaas-en-notenboer die elke week uw dorp bezoekt, de vrijmarkten op feestdagen en de markten zoals die in de grote Spaanse steden opereren. Mercat de la Boqueria in Barcelona bijvoorbeeld.

In Rotterdam is het idee ontstaan om een markthal op Spaanse leest te realiseren. Dik 100 kramen en 30 horecalocaties met alleen eten en drinken in het centrum van de stad, die zeven dagen per week geopend zijn van 10.00 ‘s ochtends tot 20.00 ‘s avonds. 1200 Parkeerplaatsen eronder zorgen voor een continue stroom aan publiek en intercitystation Blaak zorgt voor de ideale OV-aansluiting. In dat opzicht staat niets succes in de weg. Amsterdam volgt en ook Den Haag en Utrecht staan op de rol. Vraag is dus of het model een succes wordt.  Er is onder producenten en boeren een grote behoefte om langs de vijf inkopers van de vijf Grote Supers hun waren aan de man te kunnen brengen. Probleem daarbij is vaak schaal. Niets ten nadele van alle abonnementjes en streekboxen, maar het zal niet snel een serieus alternatief worden voor de gemiddelde consument. Daarvoor ontbreekt het gemak van de one-stop-shop. Niche dus. Niets mis met een leuke niche, maar we zochten naar een grootschalig alternatief voor de supermarkt. Boodschappen bezorgen op dagelijkse basis is in potentie wel een serieus alternatief, maar logistiek is daar de bottleneck. Pas wanneer het grootschalig wordt opgezet, ontstaat een kostenplaatje dat concurrerend kan zijn met het huidige supermarktmodel. Waarmee de Markthal op dit moment een van de weinige serieuze mogelijkheden is om grootschalig de consument te bedienen. Men prognosticeert in Rotterdam 4,5 tot 7 miljoen bezoekers per jaar. Is dat niet wat optimistisch? Drie jaar geleden openden de Torvehallerne in Kopenhagen de deuren. Vanaf de eerste dag kwamen er meer dan 60.000 bezoekers per week, en dat in een veel kleinere hal dan die in Rotterdam open gaat. Zo beschouwd is het astronomische aantal van 7 miljoen bezoekers ineens niet zo irreëel meer.

1 Oktober is de dag van de waarheid in Rotterdam. Dan zal moeten blijken of de Markthal een toekomstbestendig model is. Veel zal afhangen van de kwaliteit van het aanbod. Eerdere vergelijkbare pogingen in Maastricht en Amsterdam bleken geen groot succes, hoewel de weeffouten daar goed zichtbaar zijn. Foodboetiekjes waar je 20 euro per winkel kwijt bent is alleen geschikt voor ‘the happy few’. Anderzijds moet het ook geen groenteramsj worden waar de meeste bestaande straatmarkten onder leiden. Gewoon, het kloppend hart van de stad. Meer niet.

Post to Twitter

To Bio or not to Bio. Is dat nou echt de vraag?

Zaterdag 9 maart verschijnt een fors artikel in de Volkskrant waarin culinair journalist Mac van Dinther de ‘pro’s and cons’ van zowel gangbare als biologische landbouw belicht. Niet minder dan anderhalve pagina vol feiten en vragen, om te eindigen met een alinea waarin alle feiten overboord gaan en hij zijn gevoel laat spreken. Met een hartstochtelijk pleidooi voor biologisch laat hij zien deel uit te maken van een trend: biologisch is beter want het voelt beter.

Een week later geven Ronald van Veldhuizen en Hidde Boersma – journalisten van dezelfde krant – een stevig antwoord op dat iets te gemakkelijke trenddenken van Van Dinther, onder de kop ‘Biologisch eten is niets meer dan een tegeltje aan de wand dat het geweten sust’. De strekking van hun antwoord: biologisch is niet het antwoord op de vragen die voor ons liggen, we moeten verder zoeken. Zij signaleren dat in de discussie rond voedsel in Nederland twee kampen zijn ontstaan: zij die vóór de sterk regelgedreven biologische manier van landbouw zijn en zij die uit pragmatische overwegingen kiezen voor de gangbare intensieve landbouw. Want zoals de voorstanders van de gangbare landbouw aanvoeren: ‘Hoe kun je anders een wereldbevolking voeden?” Maar zijn dit daadwerkelijk de enige twee opties?

Mac van Dinther maakt ons al jaren deelgenoot van zijn zoektocht naar ‘hoe het anders moet’. Vraag is wel of de onderbuik van Van Dinther hierin mee mag praten. Hij is immers journalist en zou beroepshalve ‘waarheidsvinding’ als doel moeten hebben. Daarin is geen plaats voor gevoelens en onderbuikcitaten. Vraag is ook, of de keuze zo beperkt (bio of ‘gangbaar’) is als het artikel doet geloven.

Een voorbeeld om te verduidelijken dat de rücksichtsloze keuze voor regelgedreven biologisch niet de oplossing is: om de bedrijfsvoering te verduurzamen besluit een biologische geitenkaasmakerij om zijn bokjes niet meer te laten vernietigen, maar vet te mesten op eigen boerderij. Een hele stap voorwaarts, ware het niet dat hij door SKAL wordt verplicht om biologisch melkpoeder te gebruiken. Dat maakt het vlees zo gruwelijk duur, dat “vermarkten” uitgesloten is.

Het is slechts een voorbeeld van de bio-reguleringsdrift die de broodnodige verandering bemoeilijkt en daarmee verbetering onmogelijk maakt. Zo wordt het keurmerk een juk. Keurmerken zijn allemaal regelgedreven en geven de producent te weinig vrijheden om te vernieuwen. En daarbij komt: hoe ouder het keurmerk, hoe rigider.

Toch tekent zich heel voorzichtig een zoeken naar een derde weg af. Nu nog vaak naamloos of te klein om door een groot publiek herkend te worden…. die groene asperges van een energetisch self sustaining akkerbouwbedrijf; of die bijzondere kaas van melk van in het wild lopende koeien, gemolken door een robot; vis uit de flyshootvisserij. Weinigen kennen het uit de winkel. Is het biologisch? Nee. Gangbaar? Ook niet. Wat dan wel? Tsja, moet alles in een categorie? Raken we van slag als iets niet in het hokje ‘bio’ noch in ‘gangbaar’ past? Feit is dat zowel gangbaar (met zijn gebruik van pesticiden, monoculturen, kunstmest op basis van aardolie en efficiëntie-gedreven veehouderij) als biologisch (met zijn lage opbrengsten, identieke bemestingsvraagstukken, areaalgebruik en kromme regelgeving op vele vlakken) geen soelaas biedt. Het moet dus anders. Maar dat ‘anders’ moet dan wel mogelijk gemaakt worden. Zie daar de kritiek van van Veldhuizen en Boersma op van Dinther: hij blijft hangen in een één-op-één duel, terwijl hij zou moeten zien dat er veel meer partijen op de tatami staan.

De oplossing om weg te komen van rigide keurmerken ligt voor het grijpen en is overal om ons heen. Systemen waar de wijsheid van ons allen, en het vertrouwen dat we hebben in elkaars (opgetelde) mening zwaar wegen. Denk aan iens.nl, maar ook vergelijkingssites voor huizen, witgoed, auto’s en wat al niet meer. Met z’n allen weten we meer dan welke encyclopedie dan ook. Wikipedia bewijst dat onomstotelijk. En dat, zonder dat we allemaal expert moeten worden.

Het systeem van keurmerken is achterhaald, zoals veel zaken in onze maatschappij inmiddels zijn ingehaald door de stand van de techniek. De verduurzaming van ons voedselsysteem is gebaat bij verandering en dus bij betrokkenheid van ons allemaal omdat we het er dan – op waardes – over kunnen hebben. Het constant vergelijken van slechts twee systemen (biologisch en gangbaar) die beiden grove fouten hebben helpt daarbij niet. Dat zou bij uitstek journalisten als Mac van Dinther zich moeten realiseren. Producenten maken zich voorzichtig vrij uit de dwang van keurmerken. Dat moeten we – journalisten voorop – herkennen. Mac, doe je werk.

Post to Twitter